De bemoedigende tijd-visie van Dogen

‘Varen op de stroom van de vergankelijkheid’
(Gepubliceerd in Kwartaalblad Vorm & Leegte omstreeks 2005)

Tijd. Welbeschouwd is dat de immer voortgaande stroom van toekomst naar verleden via de spil van het waarneembare heden. Voor wie nog beter kijkt, zoals de 13e eeuwse zenmeester Dogen Kigen zenji, is elk nu-moment in deze stroom tevens uitdrukking van eeuwigheid. De spil van het heden is oneindig.

Tijd is het voertuig van de vergankelijkheid. En niets lijkt minder eeuwig dan dat. Want alles gaat voorbij. En we moeten met dat dualistische gegeven leren leven. Samen met de smartelijkheid ervan die centraal staat in de eerste edele waarheid van de historische Boeddha: Het leven wordt gekenmerkt door lijden.

De antieke zenmeester Dogen (1200 -1253) voegt in twee opzichten een dimensie toe aan wat de Griekse wijsgeer Heraklitos van Ephese, die ongeveer in Boeddha’s tijd leefde, reeds panta rhei noemde: Alles stroomt, niets blijft; we kunnen niet twee maal in dezelfde rivier stappen. Wat Dogen ca. 1700 jaar later toevoegde, valt in de eerste plaats te lezen in het essay Uji (Zijn-tijd) uit zijn levenswerk de Shobogenzo. Maar ook in andere Shobogenzo-hoofdstukken, zoals Zenki (Alles werkt samen), Genjokoan (Realisering van het alledaagse) en Bussho (Boeddhanatuur) komen deze twee aspecten voor:

Elk wezen, elk ding, elk verschijnsel manifesteert zich als tijd. Elk moment is, in de vorm van de dingen zoals ze dan zijn, expressie van eeuwigheid of tijdloosheid. Aldus voltrekt zich aan alle dingen voortdurend de vergankelijkheid die samenvalt met hun ware aard of Boeddhanatuur. Boeddhanatuur ìs vergankelijkheid; vergankelijkheid ìs Boeddhanatuur. Alles wat bestaat is op elk moment Boeddhanatuur.

-Het alledaagse realiseren-

Het is een prachtig, optimistisch en bemoedigend inzicht, waarin het alledaagse de diepe glans krijgt die het conform de ch’an-traditie ook alleszins verdient. Het helpt inzien en ervaren hoe samsara tegelijkertijd nirwana is. Geen wonder dat de befaamde en gevoelige zenmeester en -dichter Ryokan (1795-1831) vaak tranen plengde als hij Dogen las.

De Nederlandse Dogen-kenner Nico Tydeman sensei benadrukt dat het alledaagse bij Dogen niets uitsluit. Wij hoeven niets anders te doen dan dit alledaagse te realiseren met alles erop en eraan. Elk moment weer. Genjokoan heet dat begrip bij Dogen, door zenautoriteit Thomas Cleary vertaald als ‘issue at hand’: wat zich ook maar voordoet. Zo beleef je elk moment de vergankelijkheid, zo realiseer je elk moment de Boeddhanatuur van al het bestaande. Elk moment wordt onbetaalbaar.

In zijn inleiding in Shobogenzo Zuimonki (Asoka – vertaling Dirk Horai Beemster) citeert Tydeman Dogen uit diens Shobogenzo Uji:

‘De wereld van leven en dood en alles wat daarin is, is een bestaan in de tijd. En het bestaat voortdurend door zichzelf te actualiseren in je huidige ervaring. Alles bestaat in het heden binnen jezelf…. De werkelijke betekenis van het bestaan ligt in het bestaan van de tijd. Een berg is tijd, de oceaan is tijd. Bergen en oceanen bestaan alleen in het heden. Als de tijd ophoudt te bestaan, bestaan bergen en oceanen ook niet meer. Vanuit dit standpunt bezien zijn morgensterren Boeddha’s, de wijsheid van verlichting, de overdracht van hart tot hart, verlicht door het bestaan-in-de-tijd. Indien er geen bestaan-in-de-tijd is, kunnen geen van deze dingen plaats vinden.’

-Heel rijk begrip-

Als alles in het heden bestaat, geldt dat volgens Tydeman ook voor verleden en toekomst. ‘Verleden is ook hier-en-nu aanwezig. Net als de toekomst anders zouden we niet kunnen plannen. Hier-en-nu wordt in de zenwereld wel eens beperkt opgevat, maar het is juist een heel rijk begrip. Herinneringen, verleden, verdriet hebben in zen wel eens de kleur van een verboden gebied, maar dat is onzin. Die aspecten zijn evenzeer hier-en-nu aanwezig als bomen en bergen.’

Sobhanandi van het Boeddhistisch Centrum Amsterdam (VWBO) is zo geïntrigeerd door het gedachtegoed van Dogen dat zij bezig is een Dogen-website op te zetten. Over Uji zegt ze: ‘Tijdsdenken in lineaire zin is een uitvinding van de geest, een hulpmiddel. Het gaat Dogen niet om het denken maar het ervaren van het heden in al zijn kracht en het loslaten van verleden en toekomst. Dogen wil overbrengen dat verleden tijd niet bestaat, toekomst ook niet, alleen heden. Hij heeft het over leven in het moment, met wat er is en daarnaar handelen. Heel moeilijk want we hebben onze herinneringen, gewoontes en verlangens. Verleden, heden en toekomst; die alle drie in het heden houden is moeilijk, maar, als het lukt, heel bevrijdend.’

In zijn Shobogenzo-inleiding schrijft Tydeman over dit Dogen-thema:

‘Natuurlijk is er een gaan van de tijd: van vandaag naar morgen en van morgen naar overmorgen. Maar dit vloeien van de tijd is slechts actueel aanwezig in dit moment, in het heden. Het verleden is aanwezig en manifesteert zich in het heden en de toekomst verschijnt in de tegenwoordige tijd. Het heden is de ontstaansgrond, de drager en de manifestatie van het universum in zijn verleden en zijn toekomst. De tegenwoordige tijd is een allesomvattende, alles in zich sluitende tijd. Het geheel bestaat in deze tijd en elk afzonderlijk ding bestaat in deze tijd’ (…) ‘Tijd is absolute, volledige aanwezigheid van wat is. Tijd is eeuwigheid. Eeuwigheid is niet een dimensie aan gene zijde van de tijd. Eeuwigheid is nu-dit-moment.’

Dogens beschouwing over tijd ziet Tydeman geenszins als vrijblijvende, abstracte filosofie. Hij geeft daarin een religieuze rechtvaardiging van onze meditatiebeoefening. Die is elke keer opnieuw ‘de volledige expressie van mijn heden’.

‘Dit heden wordt niet verontschuldigd door het verleden, noch ontleent het zijn bestaanszin aan zijn werkzaamheid in de toekomst. Dit heden “rust” abosluut in zichzelf en het hele universum is in deze “rust” betrokken. Dit heden, mijn zazen, is “tijd” en ik beoefen niets anders dan deze “tijd” te zijn. Dit betekent zazen beoefenen “omwille van zazen”. Dit moment is er omwille van dit moment zelf, want dit ogenblik is mijn volledigheid. Zazen speelt zich altijd af in de tegenwoordige tijd. De oefening van het zitten is een leerschool in het vinden van oneindige bevrediging in deze tegenwoordige tijd met al mijn problemen, verwarringen en illusies.’

-Alles werkt samen-

Wat voor zazen geldt, strekt zich natuurlijk ook uit tot elke andere handeling, tot alle andere dingen die je doet. Je daarvan niet afscheiden en samenvallen met wat je leven van moment tot moment is, daar gaat het –ook- bij Dogen om en hij gebruikt zijn eigen bijzondere vocabulaire om zich uit te drukken. In Shobogenzo-hoofdstuk Zenki schrijft hij (De schatkamer van het oog van de ware leer, Kosmos Z&K Uitgevers, vertaling Boudewijn Koole)

‘Leven is als iemand die in een boot vaart. Ofschoon hij aan boord van de boot het zeil hanteert, het roer ter hand neemt en boomt, draagt de boot hèm en is hij niets zonder de boot. Door met de boot te varen maakt hij deze tot boot. Onderzoek al mediterend dit precieze moment. Op zo’n moment is alles de wereld van de boot. De lucht, het water en de kust zijn allemaal de tijd van de boot geworden en niet gelijk aan de tijd die niet bij de boot hoort. Hierom is leven dat wat ik tot leven breng en zijn wij dat wat het leven tot leven brengt. Wanneer je in een boot vaart zijn geest en lichaam en de hele omgeving allemaal de kernactiviteit van de boot; de hele aarde en de hele ruimte zijn de kernactiviteit van de boot. Met het ik dat leeft en het leven dat ik ben, is het net zo.’

Hier rekent Dogen af met de vaak beperkte visie op wat wij zelf zijn. Dat het leven zich beperkt tot wat ik als vleesgebonden persoon slechts meen te zijn. Dat je leeft met behulp van zo’n een bootje, een zelf, benadrukt ook Tydeman, is een illusie. In elk leven werkt alles wat zich voordoet, tot en met de dood toe, samen en is niet op te splitsen in wel-boot en niet-boot. Alles: kust, bergen, wolken, zon, maan, roerganger en medepassagiers zijn boot: leven.

En ook in Uji lazen we dat al die dingen die wij dagelijks om ons heen zien, tijd zijn. Het leven bestaat elk moment als tijd in al zijn naadloos samenhangende verschijningsvormen.

-Alleen vrijheid in het nu-

Over de film Groundhogday (1993) met hoofdrolspeler Bill Murray wordt in zenkringen wel eens wat meesmuilend gedaan. Maar het is een film waarin op weergaloze wijze aanschouwelijk duidelijk wordt gemaakt dat de onwrikbare tijd uitsluitend in het eeuwige nu zijn vrijheid kent. Je zou bijna zeggen dat Dogen Zenji het script heeft ingefluisterd vanuit zijn Uji-tractaat. Het enige waarover mensen beschikken is NU. Steeds weer opnieuw. Dat inzien schept de basis voor bevrijding. De hoofdpersoon raakt gevangen in de tijd; hij beleeft steeds opnieuw dezelfde dag tot hij zich ermee verzoent dat we alleen maar het moment dat zich nu voordoet tot onze beschikking hebben.

De Amerikaanse zenmeester Donald Gilbert heeft in zijn stripverhaal Unk zet de waarheid op z’n kop (Mirananda 1991) ook een hoofdstuk gewijd aan Tijd. De hond Unk worstelt met het verschijnsel zonder er mee uit de voeten te kunnen, want hij kan de tijd alleen maar zien als extern probleem waarop je vat op moet krijgen (zie ook de illustratie). Wat Gilbert in zijn inleiding op dit hoofdstuk schrijft, leeft voor Unk nog niet. Volgens Gilbert verliest het tijdelijke aspect van tijd zijn pregnantie, als we tot bewustzijn komen en thuis komen in ‘een natuurlijke schuilplaats’, die hij het Tijdloze noemt. Tijd en het Tijdloze noemt hij twee aspecten van het ondeelbare. ‘Wanneer het Tijdloze en de tijd elkaar opheffen, dan is er waarheid’, zegt hij. Ook hij noemt het oneindige verleden en de oneindige toekomst beide aanwezig in het oneindige nu voor wie het onderscheidend denken loslaat en de waarheid van de Boeddhanatuur ervaart, zodat ‘er niet langer de verschijning (is) van iemand die begrensd wordt door de tijd.’

-De essentie van Hussem-

Ik heb gezocht naar iemand die wat Dogen zegt ineens tot ons door kan laten dringen en dacht aan de befaamde haikudichters die meestal ook zenmeester waren. Maar onlangs op retraite in ZIN, het klooster voor zingeving en werk, in Vught, kwam ik plotseling midden in het bos op paaltjes geplaatste gedichten tegen van de oer-Nederlandse schilder-dichter Willem Hussem (1900-1974). Ook in zijn poëtisch werk spelen het ogenblikkelijke, de eeuwigheid van het nu, de compleetheid van al het bestaande en de vergankelijkheid een essentiële rol. Hij liet zich al in de jaren veertig inspireren door het zenboeddhisme en in de jaren vijftig schreef hij zijn eerste korte aan haiku verwante gedichten, die opnieuw zijn uitgegeven in een bundel met de titel Warmte vergt jaren groei (Plint, 3e druk 2004).

In een beschouwing over de kunstenaar schrijft Han Steenbrugggen: ‘De verrassende visuele waarneming betekent voor hem een schok, een plotseling inzicht in het kosmisch principe van de perfecte harmonie.(…) Zijn poëzie is gericht op het laten samenvallen van waarneming en beeld.’ Hij citeert ook Hussem zelf: ‘Ik wil mijn poëtische ervaring direct geven, mijn ervaring moet direct in het beeld zitten. Daarom schrijf ik vrijwel altijd in de tegenwoordige tijd, in het scheppingsproces zelf. (…) Alles en iedereen is in elkaar verweven. Ik zie dat verbonden zijn altijd. Het ene bestaat dank zij het andere. Vandaar de eenheid van de tegenstelling. (…) Ik heb er een leven aan gewerkt om mijn werk zo eenvoudig mogelijk te krijgen. Ik moet die eenvoud elke keer opnieuw op mezelf veroveren.’

Steenbruggen schetst Hussems kunstenaarschap terecht als ‘een speurtocht naar de essentie’. Daarom durf ik dit artikel over Dogen en de tijd af te sluiten met het volgende titelloze gedicht van Hussem:

vaar op de stroom van de vergankelijkheid

heb geen verwachting heb geen vrees

nadert het einde laat het komen

zorgen worden overbodig

De aanslagen in Parijs

xxl-300x168Kan ik het onderwerp Aanslagen in Parijs voor een column van het Han Fortmann Centrum (HFC) uit de weg gaan?

 

  • Ja, dat kan heel goed. Want de trainingsactiviteiten van het HFC hebben toch niets te maken met geweld, IS, Islam, terrorisme en Frankrijk is niet eens een buurland.
  • Nee, natuurlijk kan dat niet. Want de trainingsactiviteiten van het HFC hebben immers alles te maken met geweld, IS, Islam, terrorisme en Parijs is maar een paar uur met auto of trein.

Oh. Nou ja, hoe je het ook wilt bekijken, ik waag me eraan. Wat hebben ze er dan mee te maken, die trainingsactiviteiten van het HFC met die vreselijke onderwerpen? Dat zich in vrijwel alle trainingsthema’s van het HFC het besef van eenheid, liefde en geweldloosheid manifesteert. Laten we ons toch realiseren dat daders slachtoffer zijn van een meedogenloze zelfhaat, die in wezen een schreeuw om liefde is. Kunnen we dit zien met de spiegel van onze eigen reflectie?
images-17In mijn laatste boek, De tocht van het hart, schrijf ik dat de beroemde Vietnamese zen- en mindfulness-monnik Thich Nath Hanh, ons in een van zijn gedichten (Please call me by my true names) voorhoudt dat wij in de eenheid van alle verschijnselen zowel het verkrachte meisje van twaalf zijn als de zeerover die haar verkracht. Ik heb voor die eenheid geen ander ijkpunt dan mijzelf. Dat is de ‘ik’ in het gedicht, waarvan je de titel het best kunt vertalen als: Noem me toch bij alle namen die ik heb.

Hij zegt daarin, na een ontboezeming over een bloesemknop en een kleine vogel, o.m.: ‘…..Ik ben de kikker die ronddartelt in een heldere vijver. En ik ben de toesluipende ringslang die de kikker opslokt. Ik ben het kind in Oeganda, vel over been, mijn beentjes zo dun als bamboetwijgen. En ik ben de wapenhandelaar die moordwapens aan Oeganda levert. Ik ben het meisje van twaalf, op een klein vluchtelingenbootje, dat overboord springt; ze is verkracht door een zeerover. En ik ben die zeerover, mijn hart nog doof voor liefde en begrip…..’

Zenmonnik Zesshin van der Plas schrijft heel mooi iets soortgelijks in het Boeddhistisch Dagblad van 14 november, een dag na de vreselijke aanslagen in Parijs onder de kop ‘Ik ben het die schiet en ik ben geschokt dat ik dat ben’: ‘Hoe zou ik gereageerd hebben als ik in die concertzaal in Bataclan had gezeten, ik zat veilig thuis. Dus ik heb geen enkel recht van (s)preken, ik ga alleen bij mijzelf te rade, het raakt me. Waarom? Omdat ik mijzelf weerspiegeld zie in het hele gebeuren, ik ben het die schiet en ik ben geschokt dat ik dat ben.’ (…) Daarom identificeer ik mij meer met de schutters, met diegenen die zich opbliezen, dan de slachtoffers. Hoe kom ik tot deze gruwelijke daad? Waar in mij huist dat? Waar ben ik in beland, waar ben ik in beland: Ik ben de schutter.’

Kunnen wij rusten in deze waarheid, kunnen wij die niet als frustratie beleven, maar als een bevrijding, die een oproep is tot liefde? Want van alles wat we in elk nu meemaken, valt niets af te zonderen. Het gedicht van Thich Nhat Hanh begint zo: ‘Denk niet dat ik morgen verleden tijd ben, want telkens verschijn ik, ook vandaag. Kijk goed: elke seconde kom ik je tegen als een bloesemknop aan een lentetak, als een kleine vogel met tere vleugels, die leert zingen in zijn nieuwe nest, als een rups in het hart van een bloem, als een juweel binnen in een steen. Mijn komst blijft gaande – lachend en huilend, met vrees en met hoop. Mijn hartslag is geboorte en dood van al wat leeft…..’

Tenslotte nog even dit: wat past er niet in het rijtje: geweld, IS, Islam, terrorisme? Natuurlijk, zo is het. Houd het in de gaten als je de neiging hebt alles over één kam te scheren. Rumi, de grote Islam-dichter, bezong steeds maar één ding: de liefde die ons draagt.

www.zennijmegen.nl

 

 

Vluchtelingen

Iets zeggen over vluchtelingen? Dat kan alleen maar via mijn eigen gevoel, mijn eigen hart, mijn eigen denkraam. Daar komen ze aan. In stromen. Bij ons in Heumensoord 3000; de eerste 300 zijn binnen. In tenten. Luxe tenten, dat wel, maar een stuk of wat vonden ze toch te min en keerden terug naar Ter Apel. Onvoldoende ventilatie, te weinig privacy. Wat doet mijn ego onder deze omstandigheden? Fulmineren tegen die ondankbare eikels. Maar afgezien daarvan: mijn angsthaasje, mijn harde criticus, mijn controlefreak, ……. ze lusten er wel pap van. Wilders is er niks bij. Ja, want zo werkt ons innerlijk zelfsysteem. Alarm! Onze Hollandse cultuur van gezelligheid, tolerantie, politieke correctheid en zwitserlevengevoel wordt bedreigd. Kunnen mijn dochters nog wel veilig over straat? Niet dus, lijkt het; aanrandingen zouden zich al hebben voorgedaan.

Eerst formuleerde ik bovenstaande zin zo: de eerste aanrandingen….etc. Zo kun je zien hoe ons ego werkt, althans het mijne: er zal nog wel veel meer gebeuren is de verwachting van mijn egosysteem. Wat mooi dat wij dat kunnen zien. Dat we in onszelf de stemmen van onze subpersoontjes kunnen ontwaren. Ons zelfreflecterend bewustzijn is daartoe in staat en zo kunnen wij ‘afstand’ nemen van onze conditionering.
boek-stikkerDàt wat ziet en ontwaart van die afstand is misschien niet goed onder woorden te brengen, maar we weten wel dat hier een liefdevol gewaarzijn gaande is dat geen oordeel velt. Allerd Stikker, vroeger RSV-baas, nu een begaan ecoloog, noemde ooit in Het Vermoeden drie terreinen waar we niets van weten: de kosmos, het leven en het zelfreflecterend bewustzijn. Ze verschaffen wel een venster op de eeuwigheid, zei hij erbij. En hij schreef er een boek over: En de mens speelt met de tijd.

En als we dan vanuit dit venster op de eeuwigheid naar onszelf kijken en onze bangelijke subpersoontjes kunnen omarmen, dan ontstaan er opeens tienduizend mogelijkheden. En die zie je in de mensen die oude lakens met Welkom ophangen en aan het werk gaan in welkomwinkels. Bij ons staan ook zakken met kleren voor vluchtelingen klaar. We kunnen ons zelfreflecterend vermogen vervolgens richten op de vluchtelingen zelf. Ja daar zijn ze; zo is het dus. Ze zijn er en ze zijn misschien soms onhebbelijk en boos en in paniek. Zo is het dus. Kunnen we dat aanvaarden zonder er meteen een oordeel aan vast te knopen? Het zijn mensen op de vlucht, mensen in nood. Ja, die hebben tegenwoordig mobieltjes bij zich, want we leven in de 21ste eeuw, waarin nog steeds veel oorlog bestaat. Ja, zo is het dus. En ze verdienen hulp.

Als je vanuit deze aanvaarding kunt zien wie er voor je staan, dan is er doen wat je te doen hebt. Werk aan de welkomwinkel. Maar evenzeer het werk dat je nu (al) doet en dat ogenschijnlijk niets uit te staan heeft met vluchtelingen. Doe wat je doet met open hart, met overgave, inzet en compassie en het komt alle mensen die het nodig hebben ten goede.

Hoezo werk in evenwicht?


kraanvogel-een-pootWerk in evenwicht
. Het motto van de maand van de spiritualiteit èn van ons Han Fortmann Centrum zet mij meteen in een spagaat. Ik weet niet of het een gebod is met werken als werkwoord of dat het een zelfstandig voornaamwoord is met als toevoeging dat het evenwichtig of in evenwicht is. Het is blijkbaar zaak te werken in evenwicht. Wat is dat? Is dat evenwicht nastreven in degene die werk verricht of is het evenwicht aanbrengen tussen werk en andere dingen in je leven? Is het balans zoeken tussen moeten en willen? Gaat het om evenwicht in doen en laten? Of gaat het om werk dat ‘klopt’ voor het welzijn van deze wereld? Nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan. Geïnspireerd door dit licht verwarrende motto ben ik zelf uitgekomen op twee titels voor retraites die ik ga geven: Op één of twee benen? En De balans van het (niet-)doen.

Op één been door de wereld komen lukt niet. Het is soms verleidelijk om je als een Kraanvogel of een Flamingo terug te trekken op die ene stelt en de boel de boel te laten. Deze houding kan stellig haar nut hebben als ze gepaard gaat met het ontwikkelen van zelfreflecterend bewustzijn. Op dat ene been kunnen we doorkrijgen dat we Boeddha’s zijn en dat we alles hebben wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Dat we alles kunnen loslaten wat dat geluk in de weg staat. Maar ook als je zo te lang op dat ene been rust, kun je een gevoel krijgen dat er een soort patstelling ontstaat. Flamingo’s staan op één poot in de rivier uit een oogpunt van warmteregulatie; ze wisselen ook steeds van been. Wij kunnen het ook ‘koud’ krijgen op dat ene been. Er komt een moment dat je dat andere been erbij zet en ook nog in beweging komt. Je stapt uit je rivier. Op dat moment word je een bodhisattvakrijger. In je hele doen en laten help je iedereen ook gelukkig te worden. Niet zozeer door te gaan oreren en preken of door ‘goede werken’, maar door te zijn wie je bent, een instrument van vrede en liefde. Je gaat naar de markt van het leven en zet alle dorre bomen die je daar tegenkomt in volle bloei. Gewoon door een glimlach, een kwinklslag, een oogcontact. Gewoon door wat je bent en doet en zegt. Wij kunnen niet anders dan zijn in wat we doen en doen in wat we zijn. Kun je dat vertrouwen, kun je daarin geloven? Kun je zien hoe dit proces van één en twee benen zich steeds blijft afwisselen? En kun je daar vrede mee hebben?
li_wuwei-300x130Het heeft alles te maken met de balans van het (niet-)doen. Dat heet in het Oosten wel wu-wei. Wu-wei wordt ten onrechte wel gezien als een aanbeveling om niets (meer) te doen, om de rest van je leven op één been te staan, met alle gevolgen van dien. Niets is minder waar. Wu-wei daarentegen is handelen op het juiste moment, zodat je te werk kunt gaan volgens je bodhisattva-intentie en niet vanuit de ego-machinerie die voorgeprogrammeerde reacties voor je bedenkt. Al komt het voort uit primaire reacties, ego-handelen gaat nooit ‘vanzelf’. Er volgt een spoor van haken en ogen, van dingen die je niet wilt, van pijn en moeite. Dat andere handelen gaat helemaal vanzelf en schept steeds meer ruimte, voor jou en voor de ander.
wu-weu-van-henri-borelJe doet zonder doen en verricht acties zonder in actie te komen. Hoe wonderlijk…. Henri Borel, ch’an-man avant la lettre, noemde dat in een boekje dat oorspronkelijk al van 1895 dateert: ‘het mooie vanzelf gaan’. Wie vrij is van grijpen en dus uit de zelfgemaakte kooi kan vliegen…is vrij te doen wat zij/hij te doen heeft, of het nou werk is of iets anders.

Al onze docenten hebben zo hun eigen invulling voor het concretiseren van de betekenis van Werk in evenwicht. Wat al die invullingen gemeen hebben –dat durf ik wel te stellen- is de liefde voor alles en allen die centraal staat. Geen ‘gepamper’, maar liefde met twee benen op de grond.

Misstap, Dharma
en democratie

21803cbea6e56b9e50b1d2c881601f18

Heisa. Een gerespecteerd gehuwd zenleraar met formele transmissie heeft een paar jaar een relatie gehad met een vrouwelijke leerling. Nico Tydeman. De wereld valt over hem heen. En er worden parallellen getrokken met de misbruikschandalen die opdoemen uit de besloten krochten van christendom, boeddhisme en andere religies. Wie zich hier een oordeel over wil vormen, ontkomt er niet aan eerst de nuchtere feiten te kennen.

 

  • De intimiteit vond plaats binnen een leraar-leerling-verhouding.
  • Zij heeft zich voltrokken tussen de twee volwassen personen met beider instemming.
  • De leraar erkent dat hij een misstap heeft begaan.
  • Hij besloot tot openbaarmaking van de kwestie.
  • Hij effectueerde dat in sangha-bijeenkomsten op 27 en 28 oktober jl.

Vanuit de beleving van de beide betrokkenen was er van misbruik geen sprake. Maar vanuit de gedragsregels voor leraren is dat wel het geval en was er sprake van seksueel grensoverschrijdend en dus ontoelaatbaar gedrag. Ook de leerling droeg hier overigens haar eigen verantwoordelijkheid. Wat mogelijk een zaak had kunnen blijven tussen de drie rechtstreeks betrokken volwassenen, ligt nu op straat. Was dat nodig? Was dat onontkoombaar? Ja, ik denk dat Nico geen andere optie restte, toen hij zich realiseerde dat wat hij gedaan had schade toebrengt aan wat hem het meest dierbaar is: de relatie met zijn vrouw Joke en zijn Dharma-onderricht. En ook de vrouw met wie hij de relatie had, deelt in die schade. Voorts is het vertrouwen van zijn leerlingen in het geding en het vertrouwen van boeddhistische beoefenaars in het algemeen. Waar is je beoefening nog veilig?

Wie de reacties leest op de eerste publicatie over de zaak in het Boeddhistisch Dagblad onder de kop Zenleraar Tydeman blijft aan als leraar na jarenlange buitenechtelijke relatie met studente herkent in één oogopslag degenen die ‘weten’ en veroordelen. Makkelijk zat: Hij heeft de Dharma verloochend en een zwakke vrouw vanuit zijn machtspositie misleid. Vaak zijn de harde oordelen ook nog verpakt in pseudoniemen. Er zijn ook andere stemmen.

De Dharma is onaantastbaar. Als in zen over de Dharma wordt gesproken, dan gaat het vaak om de niet in woorden te vatten werkelijkheid, waarin al het bestaande een weerspiegeling of een uitdrukking is van wat namen heeft als ‘de weg’ of ‘de bron’: het mysterie. Een zienswijze die ook haar uitdrukking kan vinden in diepe ervaring en die fundamenteel is voor wat de Boeddha onderwees. Een belichaming van de Dharma kan geschonden worden, de Dharma niet. En de geschonden belichaming kan nog steeds van de Dharma spreken. Dit leven kunnen wij niet leven zonder vuile handen te maken. Ik praat daarmee niets goed, maar het is belangrijk deze waarheid diep tot je door te laten dringen. Een vriend die ik het verhaal van Nico vertelde, reageerde met ‘Tja, ik ben geen haar beter dan hij.’ En daarmee bedoelde hij niet dat hij ook een buitenechtelijke relatie had gehad.tres joyas budismo

In de ongetwijfeld moeilijkste Dharmales van zijn leven zei Tydeman op die 27e oktober in Amsterdam en later in Utrecht: ‘Ik had deze relatie niet aan moeten gaan. Ik meende oprecht dat het liefde was maar ik zie nu in dat ik als leraar een grens heb overschreden.’ Hij heeft een tijdje met het idee gespeeld om op te stappen. Maar gaandeweg kwam hij tot de conclusie dat hij niet weg wilde lopen van zijn misstap, juist vanwége de Dharma: ‘ik sta voor mijn onderricht inclusief mijn fouten en gebreken. Leraren en bestuur hebben de vrijheid ofwel mij te laten weten dat ik niet meer welkom ben in het ZCA, ofwel mij te vragen ondanks mijn onverstandig handelen, mijn onderricht voort te zetten’.

Alle vijf leraren van de Amsterdamse sangha zijn unaniem en expliciet in hun steun aan Tydeman om te blijven. Het bestuur denkt er in meerderheid net zo over. Op één bestuurslid na. Hij vindt dat er eerst gewerkt moeten worden aan zorg voor elkaar en vertrouwensherstel. Pas dan kan er sprake zijn van eventuele steunbetuiging. Democratie is een groot goed. En ook in sangha’s kunnen en moeten veel beslissingen op die wijze genomen worden. Maar de vraag of een leraar blijft in een situatie als de thans ontstane, kan m.i. niet op voorhand aan democratische besluitvorming onderworpen worden.

De uitleg daarvan is heel eenvoudig. Het staat de leraar als belichaming van de Dharma niet vrij om bij fouten het bijltje erbij neer te gooien. Nee, hij staat op en toont zich met zijn fouten aan zijn sangha. Hier sta ik, geschonden en wel. Eerst moet de leraar zich oprichten en zich opnieuw aanbieden, inclusief zijn tekorten. Dan spreekt en handelt elk sanghalid voor zich. Door te blijven of te gaan.

Letterlijk zei Nico: ‘Ik sta voor mijn onderricht – inclusief mijn zwakheden. (…) Ik ben een leerling en volgeling van de Boeddha en ik geef krachtens de lijn van opvolging waarin ik sta, in zijn naam onderricht. Ik sta ook voor mijn onderricht en onderzoek inzake de waarde van de mystieke tradities, niet alleen voor mijzelf en mijn leerlingen, maar ook voor het welzijn van de wereld. Aan elk lid van de sangha laat ik de keuze mij te verlaten of mij verder op deze weg te volgen. Ik betreur het zeer dat mijn gedrag zoveel zorgen en gevoelens oproept. Niet in de laatste plaats jegens mijn vrouw Joke. Wij blijven samen. Het liefst had ik dit aan iedere leerling persoonlijk willen vertellen. Ik dank je dat je naar deze Dharmales hebt willen luisteren.’ Let wel: een Dharmales.

Natuurlijk is ook de leraar van een sangha uiteindelijk onderworpen aan het oordeel van de mensen om hem heen: zijn mede-leraren, het sanghabestuur, zijn senior-studenten en al zijn sanghaleden. Zij zouden uiteindelijk democratisch kunnen zeggen: we kunnen je niet langer als leraar aanvaarden. Maar eerst dient de leraar zich op te richten. Het gaat niet aan dat hij deemoedig het hoofd op het blok legt en door de goegemeente laat bepalen of hij weg moet of mag blijven. Dat laatste is alleen mogelijk vanuit de fierheid je met je fouten neer te zetten met een overtuigd: ik blijf, want ondanks alles blijft de Dharma in mij leven. Daarna zou het tijd voor democratie kunnen zijn.

Je vastbijten in het oordeel dat het fout is wat Nico gedaan heeft, lost niets op. Stel je eens de vraag of al dat prachtige onderricht dat hij 35 jaar lang heeft gegeven, in woord en geschrift, door zijn misstap in één klap waardeloos is geworden. Nee toch? Wat naar het verleden toe geldt, geldt in beginsel ook voor de toekomst. Blijven we hem de kans geven ons steeds weer in het hart te raken? Kunnen we hem met liefde blijven bezien als een mens die zichzelf, anderen en het Dharma-onderricht grote schade toebracht? Kunnen we daar in elk actueel moment weer toe in staat zijn? Dan helpen we het beschadigde gewas van zijn Dharma-onderricht te bewaren en te koesteren, zodat het zich geleidelijk kan herstellen. Ik zou dat alleszins de moeite waard vinden.

www.dickverstegen.nl